5 April:Moeder van Xosé Tarrío verteld over het leven van haar zoon

Pastora spreekt over haar zoon, Xosé Tarrío, die meer dan 16 jaar in de Spaanse bajes doorbracht, waarvan 9 jaar in het beruchte FIES isolatie regiem. Xosé stierf in 2005 aan de gevolgen van de gevangenis.Onlangs werd zijn zeer spraakmakende autobiografie “Huye, hombre huye” vertaald in het duits en uitgegeven onder de titel “Hau ab, Mensch!”.

18:00 uur eten, 19:30 uur spreker
MKZ, Eerste Schinkelstraat 14
Amsterdam

tario.jpg

Xosé Tarrío González werd geboren in 1968 in La Coruña, Gallicië, Spanje, en groeide op in een van de armste wijken van de stad. Het grootste deel van zijn tienerjaren bracht hij door in verschillende instituten, waar hij werd geplaatst omdat zijn ouders veel ruzie maakten (zijn vader was een dronkelap en zijn moeder moest zich doodwerken om haar 5 kinderen te voeden) en later omdat ze emigreerden. Xosé moet al vroeg in zijn eigen levensonderhoud voorzien, ontsnapt verschillende keren uit deze instellingen en rebelleert tegen onrechtvaardigheden en ongelijkheden.
Op zijn 17de vloog hij voor de eerste keer de bak in. Het was omwille van een domme diefstal, maar hij moest de 6 maanden uitzitten die de rechter hem had opgelegd (met een beetje geluk, of bij gebrek daaraan, met wat geld, had hij dat niet uit hoeven zitten). Hij verliet de gevangenis na zijn straf te hebben uitgezeten, maar zat er binnen een jaar alweer in, voor een veroordeling van 2 jaar, 4 maanden en 1 dag, wegens diefstal zonder geweld. Hier begon zijn hel.
Pas meerderjarig, pas in de gevangenis, hoort hij dat hij besmet is met het AIDS virus (Xosé was toen heroïne verslaafde). Enkele maande later sterft zijn neef Lute, met wie hij een sterke band had, en even later sterft ook zijn geliefde, Isabel, in een auto ongeluk. In diezelfde tijd wordt zijn jongste broertje (Marcos) geboren, die hij enkel zal kennen vanachter het glas van de bezoekersruimte in de gevangenis.
En de problemen houden niet op. Om een vriend te verdedigen steekt hij een medegevangene nee; hoewel Xosé niet de intentie had hem te doden, sterft de ander toch aan de verwonding. De rechters kennen echter geen genade en hij krijgt er jaren gevangenisstraf bij. Door de vele acties die Xosé in de loop der jaren voert (ontsnappingspogingen, muiterijen, hongerstakingen etc.) zal hij uiteindelijk aankijken tegen bijna 200 jaar gevangenisstraf!
Want Xosé geeft zich niet over, maar vecht terug met nog meer kracht dan vroeger. Hij stopt met zijn heroïne gebruik en alle andere drugs, inclusief tabak, en begint aan sport te doen. Langzaam ontwikkeld hij een politiek bewustzijn; eerst aangewakkerd door de vrijheidsstrijd voor het Galicische volk, later wordt hij anarchist. Maar altijd staat de strijd van en voor de gevangenen centraal. De strijd en zijn boek “Huye, hombre huye”(een van de weinige boeken die realistisch het gevangenisleven beschrijft, en gelijkertijd een aangrijpende autobiografie en een scherpe aanklacht is), maken van hem een van de meest duidelijke voorbeelden van de strijd tegen de gevangenis, zonder ooit onderscheid te maken tussen politiek en sociaal gevangenen.
Door die strijd en ook door de inzet van een aantal advocaten, worden al zijn straffen samengevoegd tot een van 20 jaar. Aangezien hij al ¾ van die straf had uitgezeten, kwam Xosé, na 16 jaar gevangenis, waarvan 9 in FIES isolatie een heden, op 16 mei 2003 vrij!
Buiten de gevangenis gaat Xosé verder met de strijd, hij vergeet degenen die hij heeft achtergelaten in de gevangenis niet, noch degenen die hem buiten hebben gesteund. Hij werkt samen verschillende anarchistische collectieven, zoals ‘Oveja Negra’ (Zwarte Schaap) in Gallicië en het CNA (Cruz Negra Anarquista, Anarchist Black Cross).
Aanvankelijk gaat alles goed, hij is in goede gezondheid, heeft veel hoop en veel dromen. Maar dan gaat het bergafwaarts. Hij breekt met zijn vriendin, ziet hoe zijn oude vrienden of dood zijn of in de gevangenis zitten, hoe drugs, gevangenis en AIDS hele generaties kapot hebben gemaakt in zijn wijk en elders. Zijn nieuwe vrienden zijn te jong om te begrijpoen wat hij allemaal heeft doorgemaakt en nog doormaakt. Xosé begint cocaïne te gebruiken. Zijn gezondheid gaat achteruit, hij verliest veel gewicht en trekt zich meer en meer terug.
Op 8 oktober 2003 wordt hij dan door de politie gearresteerd en beschuldigd van 3 (aanvankelijk 4) diefstallen. De ondervraging op het politiebureaubeperkt zich tot vragen over zijn politieke ideeën en de organisaties waar hij contact mee heeft. Opmerkelijk is ook dat de politie begeleid werd door de mensen van de ‘Bragada de Informacíon’ (lokale afdeling van de Spaanse geheime dienst, die tevens politietaken uitvoert), toen zij Xosé arresteerden (wat ze trachtten te camoufleren door het tijdstip van de arrestatie een uur te verlaten). Xosé werd gedurende 3 dagen ‘incomunicado’ gehouden en gefolterd (daarbij loopt hij een snee op doe hevig bloedde en gehecht moest worden met 60 hechtingen).
De kwade trouw van de politie blijkt overduidelijk uit de vele contradicties en onregelmatigheden. Zo kon Xosé de eerste twee overvallen onmogelijk gepleegd hebben, omdat hij op het moment van de overvallen bij zijn moeder aan het eten was. Op het proces (dat plaatsvond eind april 2004) geeft een van de getuigen toe dat de politie hem maar een foto had laten zien (die van Xosé), met de vraag of hij de overvaller was. De getuige verklaart dat Xosé de overvaller is, ook al verklaarde hij eerder dat de overvaller ergens begin 20 jaar was, Xosé was toen 36. Ondanks alle onregelmatigheden veroordeeld de rechter hem tot 10,5 jaar gevangenisstraf. Xosé gaat in beroep, maar verdwijnt opnieuw in de gevangenis.
Op 28 juni 2004 moet Xosé opgenomen worden in het ziekenhuis, hij is half verlamd, waarschijnlijk te gevolge van een hersentrombose. Hoewel zijn toestand duidelijk ernstig is, en hij bijkomende onderzoeken zou moeten ondergaan, wordt hij amper verzorg in het ziekenhuis. Hij wordt aan het bed geketend, de politie blijft hem en zijn moeder beledigen en vernederen, men weigert informatie te verschaffen, en na enkele dagen wordt hij opnieuw naar de gevangenis gestuurd. In de gevangenis gaat hij zienderogen achteruit, maar pas op 6 augustus staat de rechter zijn voorlopige vrijlating toe. Maar blijkbaar had zijn laatste opsluiting voor Xosé de poort naar de dood geopend: in oktober raakt hij in een coma en zal daar niet meer uit ontwaken.
Op 2 januari 2005 sterft Xosé Tarrío Gonzalez.
Moeder van Xosé Tarrío verteld over het leven van haar zoon
ABC-Amsterdam – 26.03.2008 08:07

Pastora spreekt over haar zoon, Xosé Tarrío, die meer dan 16 jaar in de Spaanse bajes doorbracht, waarvan 9 jaar in het beruchte FIES isolatie regiem. Xosé stierf in 2005 aan de gevolgen van de gevangenis.

Zaterdag 5 april
18:00 uur eten, 19:30 uur spreker
MKZ, Eerste Schinkelstraat 14
Amsterdam

Xosé Tarrío González werd geboren in 1968 in La Coruña, Gallicië, Spanje, en groeide op in een van de armste wijken van de stad. Het grootste deel van zijn tienerjaren bracht hij door in verschillende instituten, waar hij werd geplaatst omdat zijn ouders veel ruzie maakten (zijn vader was een dronkelap en zijn moeder moest zich doodwerken om haar 5 kinderen te voeden) en later omdat ze emigreerden. Xosé moet al vroeg in zijn eigen levensonderhoud voorzien, ontsnapt verschillende keren uit deze instellingen en rebelleert tegen onrechtvaardigheden en ongelijkheden.
Op zijn 17de vloog hij voor de eerste keer de bak in. Het was omwille van een domme diefstal, maar hij moest de 6 maanden uitzitten die de rechter hem had opgelegd (met een beetje geluk, of bij gebrek daaraan, met wat geld, had hij dat niet uit hoeven zitten). Hij verliet de gevangenis na zijn straf te hebben uitgezeten, maar zat er binnen een jaar alweer in, voor een veroordeling van 2 jaar, 4 maanden en 1 dag, wegens diefstal zonder geweld. Hier begon zijn hel.
Pas meerderjarig, pas in de gevangenis, hoort hij dat hij besmet is met het AIDS virus (Xosé was toen heroïne verslaafde). Enkele maande later sterft zijn neef Lute, met wie hij een sterke band had, en even later sterft ook zijn geliefde, Isabel, in een auto ongeluk. In diezelfde tijd wordt zijn jongste broertje (Marcos) geboren, die hij enkel zal kennen vanachter het glas van de bezoekersruimte in de gevangenis.
En de problemen houden niet op. Om een vriend te verdedigen steekt hij een medegevangene nee; hoewel Xosé niet de intentie had hem te doden, sterft de ander toch aan de verwonding. De rechters kennen echter geen genade en hij krijgt er jaren gevangenisstraf bij. Door de vele acties die Xosé in de loop der jaren voert (ontsnappingspogingen, muiterijen, hongerstakingen etc.) zal hij uiteindelijk aankijken tegen bijna 200 jaar gevangenisstraf!
Want Xosé geeft zich niet over, maar vecht terug met nog meer kracht dan vroeger. Hij stopt met zijn heroïne gebruik en alle andere drugs, inclusief tabak, en begint aan sport te doen. Langzaam ontwikkeld hij een politiek bewustzijn; eerst aangewakkerd door de vrijheidsstrijd voor het Galicische volk, later wordt hij anarchist. Maar altijd staat de strijd van en voor de gevangenen centraal. De strijd en zijn boek “Huye, hombre huye”(een van de weinige boeken die realistisch het gevangenisleven beschrijft, en gelijkertijd een aangrijpende autobiografie en een scherpe aanklacht is), maken van hem een van de meest duidelijke voorbeelden van de strijd tegen de gevangenis, zonder ooit onderscheid te maken tussen politiek en sociaal gevangenen.
Door die strijd en ook door de inzet van een aantal advocaten, worden al zijn straffen samengevoegd tot een van 20 jaar. Aangezien hij al ¾ van die straf had uitgezeten, kwam Xosé, na 16 jaar gevangenis, waarvan 9 in FIES isolatie een heden, op 16 mei 2003 vrij!
Buiten de gevangenis gaat Xosé verder met de strijd, hij vergeet degenen die hij heeft achtergelaten in de gevangenis niet, noch degenen die hem buiten hebben gesteund. Hij werkt samen verschillende anarchistische collectieven, zoals ‘Oveja Negra’ (Zwarte Schaap) in Gallicië en het CNA (Cruz Negra Anarquista, Anarchist Black Cross).
Aanvankelijk gaat alles goed, hij is in goede gezondheid, heeft veel hoop en veel dromen. Maar dan gaat het bergafwaarts. Hij breekt met zijn vriendin, ziet hoe zijn oude vrienden of dood zijn of in de gevangenis zitten, hoe drugs, gevangenis en AIDS hele generaties kapot hebben gemaakt in zijn wijk en elders. Zijn nieuwe vrienden zijn te jong om te begrijpoen wat hij allemaal heeft doorgemaakt en nog doormaakt. Xosé begint cocaïne te gebruiken. Zijn gezondheid gaat achteruit, hij verliest veel gewicht en trekt zich meer en meer terug.
Op 8 oktober 2003 wordt hij dan door de politie gearresteerd en beschuldigd van 3 (aanvankelijk 4) diefstallen. De ondervraging op het politiebureaubeperkt zich tot vragen over zijn politieke ideeën en de organisaties waar hij contact mee heeft. Opmerkelijk is ook dat de politie begeleid werd door de mensen van de ‘Bragada de Informacíon’ (lokale afdeling van de Spaanse geheime dienst, die tevens politietaken uitvoert), toen zij Xosé arresteerden (wat ze trachtten te camoufleren door het tijdstip van de arrestatie een uur te verlaten). Xosé werd gedurende 3 dagen ‘incomunicado’ gehouden en gefolterd (daarbij loopt hij een snee op doe hevig bloedde en gehecht moest worden met 60 hechtingen).
De kwade trouw van de politie blijkt overduidelijk uit de vele contradicties en onregelmatigheden. Zo kon Xosé de eerste twee overvallen onmogelijk gepleegd hebben, omdat hij op het moment van de overvallen bij zijn moeder aan het eten was. Op het proces (dat plaatsvond eind april 2004) geeft een van de getuigen toe dat de politie hem maar een foto had laten zien (die van Xosé), met de vraag of hij de overvaller was. De getuige verklaart dat Xosé de overvaller is, ook al verklaarde hij eerder dat de overvaller ergens begin 20 jaar was, Xosé was toen 36. Ondanks alle onregelmatigheden veroordeeld de rechter hem tot 10,5 jaar gevangenisstraf. Xosé gaat in beroep, maar verdwijnt opnieuw in de gevangenis.
Op 28 juni 2004 moet Xosé opgenomen worden in het ziekenhuis, hij is half verlamd, waarschijnlijk te gevolge van een hersentrombose. Hoewel zijn toestand duidelijk ernstig is, en hij bijkomende onderzoeken zou moeten ondergaan, wordt hij amper verzorg in het ziekenhuis. Hij wordt aan het bed geketend, de politie blijft hem en zijn moeder beledigen en vernederen, men weigert informatie te verschaffen, en na enkele dagen wordt hij opnieuw naar de gevangenis gestuurd. In de gevangenis gaat hij zienderogen achteruit, maar pas op 6 augustus staat de rechter zijn voorlopige vrijlating toe. Maar blijkbaar had zijn laatste opsluiting voor Xosé de poort naar de dood geopend: in oktober raakt hij in een coma en zal daar niet meer uit ontwaken.
Op 2 januari 2005 sterft Xosé Tarrío Gonzalez. Moeder van Xosé Tarrío verteld over het leven van haar zoon
ABC-Amsterdam – 26.03.2008 08:07

Pastora spreekt over haar zoon, Xosé Tarrío, die meer dan 16 jaar in de Spaanse bajes doorbracht, waarvan 9 jaar in het beruchte FIES isolatie regiem. Xosé stierf in 2005 aan de gevolgen van de gevangenis.

Zaterdag 5 april
18:00 uur eten, 19:30 uur spreker
MKZ, Eerste Schinkelstraat 14
Amsterdam

Xosé Tarrío González werd geboren in 1968 in La Coruña, Gallicië, Spanje, en groeide op in een van de armste wijken van de stad. Het grootste deel van zijn tienerjaren bracht hij door in verschillende instituten, waar hij werd geplaatst omdat zijn ouders veel ruzie maakten (zijn vader was een dronkelap en zijn moeder moest zich doodwerken om haar 5 kinderen te voeden) en later omdat ze emigreerden. Xosé moet al vroeg in zijn eigen levensonderhoud voorzien, ontsnapt verschillende keren uit deze instellingen en rebelleert tegen onrechtvaardigheden en ongelijkheden.
Op zijn 17de vloog hij voor de eerste keer de bak in. Het was omwille van een domme diefstal, maar hij moest de 6 maanden uitzitten die de rechter hem had opgelegd (met een beetje geluk, of bij gebrek daaraan, met wat geld, had hij dat niet uit hoeven zitten). Hij verliet de gevangenis na zijn straf te hebben uitgezeten, maar zat er binnen een jaar alweer in, voor een veroordeling van 2 jaar, 4 maanden en 1 dag, wegens diefstal zonder geweld. Hier begon zijn hel.
Pas meerderjarig, pas in de gevangenis, hoort hij dat hij besmet is met het AIDS virus (Xosé was toen heroïne verslaafde). Enkele maande later sterft zijn neef Lute, met wie hij een sterke band had, en even later sterft ook zijn geliefde, Isabel, in een auto ongeluk. In diezelfde tijd wordt zijn jongste broertje (Marcos) geboren, die hij enkel zal kennen vanachter het glas van de bezoekersruimte in de gevangenis.
En de problemen houden niet op. Om een vriend te verdedigen steekt hij een medegevangene nee; hoewel Xosé niet de intentie had hem te doden, sterft de ander toch aan de verwonding. De rechters kennen echter geen genade en hij krijgt er jaren gevangenisstraf bij. Door de vele acties die Xosé in de loop der jaren voert (ontsnappingspogingen, muiterijen, hongerstakingen etc.) zal hij uiteindelijk aankijken tegen bijna 200 jaar gevangenisstraf!
Want Xosé geeft zich niet over, maar vecht terug met nog meer kracht dan vroeger. Hij stopt met zijn heroïne gebruik en alle andere drugs, inclusief tabak, en begint aan sport te doen. Langzaam ontwikkeld hij een politiek bewustzijn; eerst aangewakkerd door de vrijheidsstrijd voor het Galicische volk, later wordt hij anarchist. Maar altijd staat de strijd van en voor de gevangenen centraal. De strijd en zijn boek “Huye, hombre huye”(een van de weinige boeken die realistisch het gevangenisleven beschrijft, en gelijkertijd een aangrijpende autobiografie en een scherpe aanklacht is), maken van hem een van de meest duidelijke voorbeelden van de strijd tegen de gevangenis, zonder ooit onderscheid te maken tussen politiek en sociaal gevangenen.
Door die strijd en ook door de inzet van een aantal advocaten, worden al zijn straffen samengevoegd tot een van 20 jaar. Aangezien hij al ¾ van die straf had uitgezeten, kwam Xosé, na 16 jaar gevangenis, waarvan 9 in FIES isolatie een heden, op 16 mei 2003 vrij!
Buiten de gevangenis gaat Xosé verder met de strijd, hij vergeet degenen die hij heeft achtergelaten in de gevangenis niet, noch degenen die hem buiten hebben gesteund. Hij werkt samen verschillende anarchistische collectieven, zoals ‘Oveja Negra’ (Zwarte Schaap) in Gallicië en het CNA (Cruz Negra Anarquista, Anarchist Black Cross).
Aanvankelijk gaat alles goed, hij is in goede gezondheid, heeft veel hoop en veel dromen. Maar dan gaat het bergafwaarts. Hij breekt met zijn vriendin, ziet hoe zijn oude vrienden of dood zijn of in de gevangenis zitten, hoe drugs, gevangenis en AIDS hele generaties kapot hebben gemaakt in zijn wijk en elders. Zijn nieuwe vrienden zijn te jong om te begrijpoen wat hij allemaal heeft doorgemaakt en nog doormaakt. Xosé begint cocaïne te gebruiken. Zijn gezondheid gaat achteruit, hij verliest veel gewicht en trekt zich meer en meer terug.
Op 8 oktober 2003 wordt hij dan door de politie gearresteerd en beschuldigd van 3 (aanvankelijk 4) diefstallen. De ondervraging op het politiebureaubeperkt zich tot vragen over zijn politieke ideeën en de organisaties waar hij contact mee heeft. Opmerkelijk is ook dat de politie begeleid werd door de mensen van de ‘Bragada de Informacíon’ (lokale afdeling van de Spaanse geheime dienst, die tevens politietaken uitvoert), toen zij Xosé arresteerden (wat ze trachtten te camoufleren door het tijdstip van de arrestatie een uur te verlaten). Xosé werd gedurende 3 dagen ‘incomunicado’ gehouden en gefolterd (daarbij loopt hij een snee op doe hevig bloedde en gehecht moest worden met 60 hechtingen).
De kwade trouw van de politie blijkt overduidelijk uit de vele contradicties en onregelmatigheden. Zo kon Xosé de eerste twee overvallen onmogelijk gepleegd hebben, omdat hij op het moment van de overvallen bij zijn moeder aan het eten was. Op het proces (dat plaatsvond eind april 2004) geeft een van de getuigen toe dat de politie hem maar een foto had laten zien (die van Xosé), met de vraag of hij de overvaller was. De getuige verklaart dat Xosé de overvaller is, ook al verklaarde hij eerder dat de overvaller ergens begin 20 jaar was, Xosé was toen 36. Ondanks alle onregelmatigheden veroordeeld de rechter hem tot 10,5 jaar gevangenisstraf. Xosé gaat in beroep, maar verdwijnt opnieuw in de gevangenis.
Op 28 juni 2004 moet Xosé opgenomen worden in het ziekenhuis, hij is half verlamd, waarschijnlijk te gevolge van een hersentrombose. Hoewel zijn toestand duidelijk ernstig is, en hij bijkomende onderzoeken zou moeten ondergaan, wordt hij amper verzorg in het ziekenhuis. Hij wordt aan het bed geketend, de politie blijft hem en zijn moeder beledigen en vernederen, men weigert informatie te verschaffen, en na enkele dagen wordt hij opnieuw naar de gevangenis gestuurd. In de gevangenis gaat hij zienderogen achteruit, maar pas op 6 augustus staat de rechter zijn voorlopige vrijlating toe. Maar blijkbaar had zijn laatste opsluiting voor Xosé de poort naar de dood geopend: in oktober raakt hij in een coma en zal daar niet meer uit ontwaken. Op 2 januari 2005 sterft Xosé Tarrío Gonzalez.

deze avond word georganiseerd door het Anarchist Black Cross Amsterdam

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.